PROTHESEN: Post-operatief

48 Dauerbinde

Dauerbinde

49 Dauerbinde

Dauerbinde

Postoperatieve periode

De postoperatieve periode is de periode (kort) na de operatie. Vanaf de eerste dag na de operatie is het belangrijk om volgende aandachtspunten nauwgezet te volgen:

Zwachtelen

Het correct zwachtelen of inwindelen van de stomp is de eerste periode na een arm- of beenamputatie van groot belang. Na de operatie zal uw arm of been immers gezwollen zijn doordat de gestoorde circulatie het overtollige lymfevocht niet voldoende kan afvoeren. Wanneer er teveel vocht in de stomp aanwezig is, dan is het niet mogelijk om een prothese aan te meten die later nog goed zal passen. Wanneer u snel over uw prothese wil beschikken is het dus noodzakelijk om in deze fase goede medewerking te verlenen bij het zwachtelen van de stomp. Uw kinesitherapeut of verpleging zal u mogelijk trainen om dit zelfstandig te doen.

Aandachtspunten bij het zwachtelen zijn:
  • op het uiteinde van de stomp meer druk dan hogerop

  • plooien bij het aanleggen van de zwachtel vermijden

  • breedte zwachtel = breedte stomp

  • hoog zwachtelen = hoogte prothese

  • regelmatig opnieuw zwachtelen

Voor het zwachtelen maakt u gebruik van elastische zwachtels (Dauerbinde).

De keuze van de lengte en breedte van de zwachtel is afhankelijk van uw stomplengte en uw stompomvang. De breedte van de zwachtel dient ongeveer gelijk te zijn aan de breedte van de stomp.

Het aanleggen van een zwachtel na een onderbeenamputatie:

50 Zwachtelen 01

Stap 1

Leg de zwachtel zonder rek vast boven de knie. Geef nooit druk in horizontale lagen omdat dit de stomp afbindt, waardoor het vocht niet weg kan.

51 Zwachtelen 02

Stap 2

Breng de zwachtel op rek en windel hem rond het uiteinde van de stomp. Meer rek betekent meer druk op het uiteinde van de stomp en dit is nodig om het zwellen van de stomp tegen te gaan

52 Zwachtelen 03

Stap 3

Houdt de zwachtel ter hoogte van het uiteinde van de stomp wat tegen, en leg de zwachtel met minder rek terug naar boven aan

53 Zwachtelen 04

Stap 4

Leg de zwachtel met minder rek terug naar boven aan.

54 Zwachtelen 05

Stap 5

Iets minder rek in de knieplooi. Houdt de knie zo gestrekt mogelijk tijdens het zwachtelen, dit om een contractuur (dit is een verkorting van de spieren aan de achterzijde van de knie) te voorkomen.

55 Zwachtelen 06

Stap 6

Let erop dat heel de stomp bedekt wordt.

56 Zwachtelen 07

Stap 7

Let erop dat de zwachtel aangelegd wordt zonder plooien!!

57 Zwachtelen 08

Stap 8

Maak de zwachtel vast met tape, gebruik geen haakjes!

Bovenstaande instructies bij het zwachtelen na een onderbeenamputatie kan u afdrukken via volgende link.

Het aanleggen van een zwachtel na een bovenbeenamputatie:
58 Zwachtelen BB01

Stap 1

Leg de zwachtel zonder rek vast ter hoogte van de lies- en bilplooi. Geef nooit druk in horizontale lagen omdat dit de stomp afbindt, waardoor het vocht niet weg kan.

59 Zwachtelen BB02

Stap 2

Vervolgens legt u de zwachtel 1x rond het bekken, eveneens zonder rek. Dit om het afzakken van de zwachtel te voorkomen.

60 Zwachtelen BB03

Stap 3

Breng de zwachtel op rek en windel hem rond het uiteinde van de stomp. Breng de zwachtel hiervoor langs de buitenzijde van de stomp naar binnen en onder toe over de voorzijde van de stomp. Meer rek betekent meer druk op het uiteinde van de stomp en dit is nodig om het zwellen van de stomp tegen te gaan.

61 Zwachtelen BB04

Stap 4

Leg de zwachtel met minder rek terug naar boven aan.

62 Zwachtelen BB05

Stap 5

Herhaal stap 3 (meer rek). Meer lagen over elkaar betekent meer druk. Geef alleen druk in schuine lagen. Geef nooit druk in horizontale lagen omdat dit de stomp afbindt, waardoor het vocht niet weg kan.

63 Zwachtelen BB07

Stap 6

Let erop dat heel de stomp bedekt wordt.

64 Zwachtelen BB08

Stap 7

Let erop dat de zwachtel aangelegd wordt zonder plooien!!

65 Zwachtelen BB11

Stap 8

Maak de zwachtel vast met tape, gebruik geen haakjes!

Bovenstaande instructies bij het zwachtelen na een bovenbeenamputatie kan u afdrukken via volgende link.

Voorkomen van contracturen

Om later op een comfortabele manier met uw beenprothese te kunnen stappen, is het belangrijk dat u vanaf dag 1 na de operatie aandacht besteedt aan het voorkomen van een zogenaamde ‘contractuur’. Dit is een verkorting van de spieren (hier meestal in de heup en de knie) die kan ontstaan als u een gewricht te lang in een gebogen houding laat liggen. Hierdoor kan het gewricht later niet meer gestrekt worden. Dit zorgt voor problemen in stand en bij het stappen, en bij het aanmeten van uw prothese. Om dit te voorkomen moet u nauwgezet de voorgeschreven oefeningen doen en dagelijks een half uur in een anti contractuurhouding rusten.

Dit kan in buiklig:

66 Anti Contractuur 67 Anti Contractuur

En in ruglig:

68 Anti Contractuur

In de rolstoel maakt u best gebruik van een plankje waarop uw been kan rusten:

69 Anti Contractuur